Home > Geen categorie > Schaatser van de maand april: Oda Keet

Schaatser van de maand april: Oda Keet

Hoewel ik niet graag over mezelf schrijf, begrijp ik heel goed dat een redactie van een clubblad of website wel iéts moet hebben om te plaatsen. De rubriek over “een schaatser van de maand” is natuurlijk daarvoor in het leven geroepen en de vraag  van HGI was of ik “die schaatser van de maand”  deze keer zou willen zijn… en dus iets over mezelf zou willen schrijven. Nou.. toe dan maar.

Mijn naam is Oda Keet en ik ben geboren in april 1946. “Al” 70 jaar dus en ik kan je vertellen dat ik het verschrikkelijk vond toen ik die leeftijd bereikte vorig jaar.  In 1967 getrouwd met Ton waar ik de naam Keet van heb.

Ik heb de mulo gedaan die later is aangevuld met deeltijdopleidingen op de moeder havo/vwo. Rare vakken als wiskunde en scheikunde en biologie… ik heb daar nooit meer wat mee gedaan. Ik had dan wel vóór we de kinderen kregen 5 jaar op het laboratorium van de Shell gewerkt en deze vakken dáár wel nodig gehad, maar het opnieuw naar school gaan bleek achteraf meer tijdverdrijf dan iets om carrière mee te maken. Ton heeft altijd zelfstandige beroepen gehad en ik heb vanuit huis dat werk altijd ondersteund met de administratie en ander kantoorwerk.

Sinds ca. 1980 wonen we op de Kadoelenweg. “We” zijn mijn man Ton, de kinderen Adri en Kirsten en ik dus. Daar hebben we al die jaren met heel veel plezier gewoond, want zeg nou zelf: redelijk groot vrijstaand huis, groot erf, grote (verwarmde) werkplaats/schuren, paardenstal, paardenbak, vrij en ruim uitzicht achter. Weelde voor ons en de kinderen.  Nu wonen we er nog met z’n tweeën. Het achteruitzicht is nu wel wat minder, maar daar wen je snel aan hoor. De paardenstal was voor dochterlief, en de schuur stond vol met surfspullen van ons en van zoon Adri. Wij hebben jaren gesurft, zelfs in wedstrijdverband in binnen- en buitenland. Ikzelf heb ooit twee Europese kampioenschappen meegedaan in Zweden en Frankrijk. Niet heel veel bereikt hoor, maar wel meegedaan dus. Het was een kleine sport, al helemaal in de dames klasse. En ik heb geen winnersmentaliteit. Onze zoon heeft veel langer internationale wedstrijden gevaren op hoog niveau.

Ik ben op een boerderij geboren en al vanaf kind stonden we op schaatsjes op de boerenslootjes bij ons achter. Maar… schaatsen kon ik niet, hoewel je daar eigenlijk geen erg in had als je met een heel stel kinderen op het ijs aan het spelen bent. Dat bleek later. Toen ik Ton leerde kennen wilde hij ’s winters wel met mij toertochten schaatsen…. Maar wat een ellende…. Mijn enkels zochten al na zo’n 15 minuten steun op het ijs… “zwakke enkels”  heet dat. Ik ging kunstschaatsen kopen omdat daar zo’n lekkere hoge, stevige (witte)  schoen aan zat.. dát zou wel steun geven!  Nou, niet dus…..ellende, ellende!  Ton heeft me eens op een tocht (met mijn kunstschaatsen) wel 20 km terug moeten duwen om thuis te komen.

Toen we op de Kadoelenweg kwamen wonen lagen er een boel prachtige sloten pal achter ons huis.  Wat is er niet mooier dan thuis de schaatsen om te binden en direct de polder in te kunnen. We zijn toen ook meteen lid geworden van HGI. Dat was dus minder voor mij, maar Ton zag het wel zitten die mooie tochten in dat mooie polderland. Ik heb toen ook mijn eerste Noren gekocht.  In een van de eerste winters dat we daar woonden heb ik mezelf gedwongen om regelmatig (dus élke dag) een stuk te schaatsen. Helemaal alleen, manlief was aan het werk. En ja hoor…. het had resultaat… Na een week kon ik heel goed merken dat ik veel langer recht op de schaatsen kon staan. Dus… zelfs “zwakke enkels” kun je trainen!.. wauw! Het was ook diezelfde winter dat we samen een toertocht van ca. 35km konden maken.

Met vrienden waar we mee surften en ook mee skieden waren we vaker op natuurijs te vinden. Die vriendin leerde die tijd ook op Noren te schaatsen. Onze skivakanties waren die tijd nogal eens  mét de Nederlandse skivereniging en daarmee waren we ook lid van de Amsterdamse skivereniging . Deze had elke zaterdagmorgen één uur de Jaap Eden IJsbaan exclusief voor leden van de skivereniging. Dat hebben ze trouwens nog steeds. Toen de man van deze vriendin stierf (in 1994) zijn we met z’n tweeën daar op les gegaan. Nooit aan gedacht dat we ook bij HGI hadden kunnen leren schaatsen. Vanaf die tijd werd ik dus enthousiaster. Ik leerde daar iets van de techniek en ook die nare rondjes op de baan leerde ik waarderen. Toen het klasje alsmaar harder ging en ik het moeilijk bleek bij te kunnen houden, bedacht ik dat ik misschien een keer méér in de week moest gaan schaatsen.  Toen heb ik gevraagd bij HGI of er plaats was in een van de groepen van de club. Hoewel  er toen wel een wachtlijst bestond voor schaatsen op de Jaap Edenbaan, mocht ik direct het eerste jaar meedoen. Ze gaven me voorrang omdat we al zo lang lid waren, maar eigenlijk denk ik dat ze naar mijn leeftijd keken en dachten: als die nú niet gaat schaatsen dan is het te laat voor haar…. Há, há.

Wanneer dat precies was weet ik niet meer, maar ik startte daar op mijn lage Noren, toen heb ik hoge Noren gekocht en vlak daarna mijn klappers.  Ton was het daar niet zo mee eens,… die dacht terug aan die zwakke enkels van weleer.  Wat moest dát worden?!

Toen ik op de donderdagavonden begon met schaatsen was Andries er dat uur om de boel daar te vermaken. Zijn eigen woorden: ik ben geen leraar/trainer, we gaan gewoon lekker schaatsen met de hele groep. Na Andries gaf Eveline Mager een tijdje les en daarna heeft Ingrid Wegman een aantal jaren haar eigen schaatservaring aan ons overgebracht en nu al weer een paar jaar Marja Roos. Wel heb ik het idee altijd erg hard te moeten werken om de groep, waar ik dan mee schaats, bij te kunnen houden. Maar ik zoek dat zelf uit…. Ik kan ook kiezen voor een langzamere ploeg. Ik ben niet heel sterk en heb niet veel duurvermogen, dus kan ik niet te veel rondjes achter elkaar “doortrappen”. Bovendien ben ik ondertussen hartpatiënt, draag een ICD en moet Bètablokkers slikken… tja, die bètablokkers houden je wel rustig dus dan is het wel gedaan met de conditionele “vooruitgang”. Dus probeer ik het maar op techniek… die natuurlijk direct wegzakt als je toch te hard wilt rijden. Ik vind het wel prettig om uitgedaagd te worden wat betreft de snelheid en afstand, dus blijf ik daarom toch hangen in de wat beter schaatsende ploeg.  Ik heb totaal geen winners mentaliteit, je zult mij niet op wedstrijden zien.  Gewoon lekker een uurtje schaatsen en dan zo netjes mogelijk. Ja,.. ik wil het dus wel goéd doen… het moet technisch netjes, want hopelijk heb ik daar dan profijt van om wel de groep bij te kunnen houden. Ik schaats ook nog altijd op de zaterdagmorgen bij de A’damse Ski Vereniging.

Na het schaatsseizoen pak ik (al jaren) de skeelers. Op mooie dagen en heel vroeg in de ochtend ga ik dan op de skeelers van huis, het fietspad Luyendijkje op zo naar Het Twiske. Altijd alleen…. eigen tempo… eigen tijd.. Tja.. niemand wil ook zó vroeg in de ochtend mee op dat avontuur, maar ik vind die rust die er dan nog heerst, echt heerlijk!  De twee rondjes die ik eerdere jaren kon skeeleren, zijn vorig jaar al gereduceerd naar één rondje. Ik doe daar ca. één uur over, uit en thuis… en dat wordt nóóit meer sneller, al ga ik drie keer in de week.  Tja.. toch de leeftijd lijkt me. En ik vraag me nu af of ik het dit jaar nog kan opbrengen. De knieën gaan wat zeer doen en ook mijn rug zit niet meer helemaal goed in/op elkaar… In knie en rug is artrose/atrofie aangetoond… dus tja.. hoe lang kan het nog?

Daarnaast ben ik twee keer in de week in de sportschool te vinden. In een groep met een juf, op muziek, een uur aan je lijf werken. Vroeger (ik doe dat zeker al 45 jaar) heette dat conditie trainen, toen kreeg het de naam “aerobics” en nu heet het een “BBBB”-les (buik, benen, borst en billen). Ooit heb ik een tijd meerdere keren in de week cardio gedaan op de sportschool, maar dat vind ik niks. Voor de groepsles zal ik nooit verstek laten gaan, maar voor dat cardio kan ik me, zo blijkt, niet opladen.

Ik ben geen clubmens. Ik doe ook geen andere dingen dan alleen het schaatsen bij HGI. Misschien is het skeeleren in de zomer in clubverband wel veel leuker dan alleen te ploeteren… maar ik ben er toch nooit toe gekomen om op die avond die skeelerploeg van HGI op te zoeken.

Toch heb ik wel een clubje waarmee ik al zo’n 11,5 jaar Nordic wandel. ’s Zomers twee keer per week en ’s winters één keer (komt door het schaatsen) per week. We lopen dan steevast 1,5 uur stevig door zodat we 9 km afleggen in die tijd. Vroeger was de groep op de zaterdag wel 16 a 17 man/vrouw, de laatste jaren wordt dat clubje steeds kleiner. Woensdags zijn we nog maar met vier vrouwen, maar we hebben het principe dat je heel goed ook met z’n tweeën je wandeling kan maken en op een gezellige manier (kletsen!) kan volbrengen. We struinen heel Waterland af, Durgerdam, Broek in Waterland, Monnickendam…. maar we lopen zeker ook in ons schitterende Twiske.

Nou.. dat was het zo een beetje. Weet je een heleboel van me. Misschien nog aardig te vertellen: we hebben twee kleindochters (8 en 9) die beiden ook op schaatsen zitten. Niet bij HGI, zij schaatsen bij Centrum Oostzaan. Zij stonden beiden (het zijn nichtjes van elkaar) met 5 jaar op de ijsbaan, vierden hun 6e verjaardag ruim ná hun eerste schaatsseizoen. Zij zijn dus erg vroeg begonnen. Misschien werden ze gestimuleerd door oma?

Oda Keet